Alle berichten van Jiske

Op zoek naar Annelies: Stukje van Luca

Luca: Coen zei meteen: ‘We moeten die man zoeken! Die weet meer. En we moeten de dikzak redden.’

‘Kijk daar! Op de grond!’ riep Joris. Iedereen keek. Lasse pakte een papiertje op van de grond. ‘Het is een visitekaartje!’ riep hij. ‘Van politieman Klaas! Ik denk dat dat de dikzak is.’ Het telefoonnummer stond er ook bij.

‘Metin, wil jij bellen?’ vroeg Eline.

‘Nee, natuurlijk niet,’ zei Metin, ‘mijn beltegoed is op. Als ik bel, moet ik bijbetalen, maar ik heb nog weel 100 MB internet dus kan ik hem appen.’ Metin appte de dikzak en niet veel later kwam er een antwoord. Er stond dat hij bij de Buiksloter-meerschool gevangen genomen was. Maar bij de Buikies mochten ze niet meer naar binnen; ze keken wel uit.

‘Als we nou een gat in het plafond maken,’ stelde Phum voor. Dat vond iedereen een goed idee. De klas liep naar de Buikslotermeerschool. Op het schoolplein was groep 3 met stokken aan het spelen. Ze waren erg moordzuchtig. Zoë vroeg of ze wilden helpen. ‘Ja,’ zei Sofie, ‘maar dan willen we wel een kilo snoep.’

‘Jij hebt vast snoep bij je,’ zei Ella tegen Valentijn 8.

‘Ja, tuurlijk,’ zei hij. ‘Mmm… Even kijken… Yes! Precies één kilo.’ Snel pakte Oscar het snoep uit zijn handen en gaf het aan groep 3. Toen stormde groep 3 de Buikslotermeerschool binnen en ze sloegen iedereen met hun stokken. Toen alle Buikies bewusteloos op de grond lagen gingen de kinderen de school doorzoeken (groep 3 was het snoep aan het verdelen terwijl ze op bewusteloze Buikies zaten), op zoek naar Annelies en de dikzak Klaas.

‘Kijk!’ riep Juultje. Ze wees op een kamer waar twee stoelen stonden. ‘Eén voor Klaas,’ zei Juultje, ‘en één voor Annelies.’

‘Hoe weet je dat?’ vroeg Nuwanthi.

‘Annelies’ ketting ligt op een stoel,’ antwoordde Juultje.

‘Als we nou naar de man van Annelies gaan,’ bedacht Calvin, ‘Danny… Misschien weet hij meer!’

De klas ging naar het huis van Annelies en daar was Danny. Hij had op zijn iPhone de app ‘Zoek mijn iPhone’ en daar stond Annelies’ telefoon ook ingesteld. Danny ging mee met de groep. Op zijn iPhone zagen ze dat haar telefoon dicht bij de Leeuwarderweg lag. Luca zei: ‘Hé!! Ik woon op de Leeuwarder-weg! En Talhita woont achter de Leeuwarderweg. Misschien hebben ze Annelies daar wel opgesloten!’

Dus ging de klas naar Luca’s huis en daar rook Zipper een spoor. Even later stonden ze voor het huis van Talhita. Ze wisten dat het haar huis was, want Coen had een naamplaatje gespot.

Plotseling hoorden ze een auto wegrijden. Iedereen draaide zich bliksemsnel om en zag dat Annelies achterin een knalroze auto zat. Van schrik liet Danny zijn iPhone vallen dus met ‘Zoek mijn iPhone’ konden ze ook niks meer. Zipper begon te janken en toen zei Tobey: ‘Kijk daar! Die man in de zwarte jas!’

Calvin balde zijn vuisten en rende er heen en zei: ‘Als je nu niet zegt waar Annelies is… Dan sla ik je zó hard in elkaar dat je straks als een hoopje zwarte appelmoes op de grond ligt!’ Van schrik viel de man flauw.

‘Ik ga naar huis,’ zei Danny. ‘Ik zal Zwartjas meenemen en zal even een hartig woordje met het spreken.

Dus stonden ze daar. Voor Talhita’s huis. Ze hadden zoveel aanwijzingen, hadden Annelies bijna terug gevonden en nu wisten ze ineens niks meer!

Opeens hoorden ze de stem van de dikzak. ‘Ik ben ontsnapt,’ zei hij, ‘maar ze hebben Annelies meegenomen. Ik zal jullie helpen.’

En toen was het stil. Iedereen dacht bij zichzelf aan al die vragen die door hun hoofd maalden en die wachtten op een antwoord…

 

 

 

Op zoek naar Annelies VERVOLG

En poef! Weg was ze. Zomaar. Ineens.

‘Hoe kan dat nou?’ zei Zoë. ‘Net was ze er nog en nu ineens niet meer!’

Op de plek waar Annelies zojuist had gestaan, lag nu alleen nog haar leesbril.

‘Wist je,’ zei Lasse plotseling, ‘dat er helemaal geen kaas in pindakaas zit? Gek hè!’

‘Dit is niet het moment voor grapjes, Lasse,’ zei Oscar boos. ‘Annelies is weg!’

‘Jaja,’ zei Lasse, ‘maar wist je dat-’

‘Nee!’ riep Pien. ‘Niet weer!’

‘We moeten haar zoeken!’ riep Julian.

‘Annelies is weg!’ huilde Bente. ‘We moeten haar zoeken!’

‘Dat zei ik al,’ zei Julian.

‘Jongens, kap eens met dat gekibbel. We moeten iets doen,’ vond Joris.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Niemand had enig idee waar Annelies naartoe was.

Donna was de eerste die weer wat zei. ‘Hiermee bereiken we niks,’ zei ze. Ze sloeg met een vlakke hand op haar tafel. Het dreunde door de hele school. ‘We moeten iets gaan doen!’

Plotseling werd er hard en lang gebeld…

 

Valentijn 8: Iedereen schrok van de bel. Als een kudde dolle koeien rende de hele klas naar de voordeur van de school. Calvin was als eerste bij de deur. Hij deed open. Er stond een kameel voor de deur, kauwend op een grassprietje. Bovenop hem zat een oude man. Bente gilde en viel flauw. Jo huilde en ging bezorgd naast Bente zitten. ‘Arme Bente,’ zei ze.

Nuwanthi rende naar de keuken om een emmer water voor Bente te halen.

Intussen vertelde de man iets maar niemand kon er iets van verstaan, want het was Arabisch. Het enige wat ze een paar maal verstonden was ‘Annelies’ en ‘weg.’ Nuwanthi kwam aanrennen met de emmer water maar van de schrik liet ze de emmer met water op Metin vallen. Dania keek bezorgd naar de oude man die nog steeds aan het praten was. De man stopte met praten en gooide een perkamentrol op de grond voor Dania’s voeten.  Hij riep ‘Hi-ha’ en ging er weer als een speer vandoor op zijn kameel. Dania zei dat de Buikies Annelies hadden gevangen. Tenminste, ze dacht dat ze dat had begrepen van de oude man. Coen rende naar de Buikslotermeerschool. ‘Dit regel ik wel even,’ riep hij stoer, ‘zo gedaan.’

‘Wacht op mij!’ schreeuwde Joris en hij rende zijn vriend achterna. Maar al snel waren ze weer terug. ‘De deur zit op slot,’ zei Coen geïrriteerd. ‘Ik kom helpen,’ bood Teun aan. ‘Wij ook!’ riep iedereen.

En ze renden allemaal naar de  Buikslotermeerschool. Teun raapt vaak mooie spulletjes van de grond en laatst had hij ook een sleutel in de bosjes gevonden. Teun zei: ‘Kijk, ik heb een sleutel. Misschien past hij wel.’ Dyon rukte de sleutel uit Teun’s handen. ‘Doe eens even normaal,’ zei Doortje. ‘Laat mij maar even.’ Het lukte Doortje gelijk de deur open te krijgen. Ella riep: ‘Hoera!’ en ze rende als eerste naar binnen. Ze liepen het gangpad af. Aan het einde van de gang kon je linksaf, rechtdoor en rechtsaf. Als je linksaf ging liep het dood, en als je rechtdoor ging liep het ook dood, dus ze gingen maar rechtsaf. Ze liepen en ze liepen. Het was echt een bijzonder lang pad. Sajad riep: ‘Yes! We kunnen hier een deur in!’ ‘Fijn,’ zei Pien.

‘Probeer eerst maar eens langs ons te komen!’

Voor hen stonden Mohamed en Talitha. De klas wou weg rennen, maar achter hen stonden Bubbelbips en Diego. ‘Wat nu,’ zei Zoë bezorgd…

 

Ella: ‘Ja wat nu,’ zei Jiske. Plotseling kwam er een juf naar buiten lopen, uit de deur die de kinderen een paar tellen geleden nog in hadden willen gaan.

‘Mohamed, Talitha, Diego en Sander (Bubbelbips)! Dit had ik niet van jullie verwacht! Naar de klas!’ Ze lette totaal niet op de klas die daar midden in de gang half bevroren stond af te wachten.

De vier kinderen liepen allemaal gehoorzaam weg en de juf ging ook weer naar binnen.

‘Het is maar goed dat we daar niet naar binnen zijn gegaan,’ zei Bente. Ze liepen door maar plotseling merkte Josta dat de deur van de klas weer open ging. De juf stapte naar buiten en schreeuwde: ‘Wie mogen jullie voorstellen, zeker weer van de buurschool! Zeg op, wat moeten jullie hier!’

‘Niks mevrouw,’ stotterde Eline.

Toen stapte Isa naar voren en zei: ‘En of we hier wat moeten doen, jullie hebben Annelies te pakken!’

‘O,’ zei de juf, ‘in dat geval, loop maar achter me aan.’

De groep zette zich in beweging en liep braaf achter de juf aan, maar Joosje vertrouwde het niet en verstopte zich achter een kast. Maar de rest liep door, ze liepen de hele gang die ze net hadden gelopen weer terug. De juf liep naar de uitgang, deed de deur open en zei tegen de kinderen: ‘Tjop tjop, naar buiten en kom niet meer terug!’ Ze gooide de deur met een klap weer terug en liep terug naar haar klas. Ze keek geen moment naar de kast waar Joosje achter verstopt zat.

Intussen was de klas buiten volledig in paniek maar toen riep Ella plots: ‘Waar is Joos?’

‘Als Joosje hier niet is dan is ze nog binnen,’ zei Sarafina en toen ging de deur open en in de deuropening stond Joosje. ‘Joosje waar was je nou,’ vroeg Doortje bezorgd

‘Binnen natuurlijk,’ zei Joosje.

‘Waar wachten we nog op? Naar binnen!’ zei Joris.

‘Ja kom op!’ riep Doortje en ze renden naar binnen.

Ze gingen nu de andere kant op en al gauw zagen ze weer een deur.

‘Zullen we naar binnen gaan?’ stelde Camiel voor.

‘Ja, tuurlijk!’ zei Julian dapper. Dus deden ze de deur open maar toen…

 

Joosje: Daar stond Bubbelbips helemaal alleen en hij zei: ‘Wat moeten jullie hier nog?’

Phum antwoordde: ‘Nou, wij zijn nog steeds op zoek naar onze juf, Annelies.’

‘Kijk, daar ligt het hoesje van Annelies’ telefoon!’ zei Valentijn 8 ineens en hij wees. Bubbelbips keek er naar en Valentijn 8 riep: ‘Rennen!’

Ze renden de hele gang uit ze kwamen op een gegeven moment in een grote hal. De eerste die weer wat zei dat was Eline. ‘Ik denk dat we verdwaald zijn.’

‘Verdwaald?’ vroeg Tobey smalend. ‘In de school van de Buikies? Geloof je het zelf!’

‘Nu ik er over nadenk,’ zei Eline, ‘is het best gek, dat we verdwaald zijn.’

‘Jongens hou eens op met dat gekibbel, dan kunnen we beter nadenken!’ vond Valentijn 7.

‘Ik weet wel iets,’ zei Dyon, ‘toen ik een keer ruzie kreeg met Talhita, toen moest ik een keer hier naar binnen en toen ben ik die deur in gegaan.’

‘Dat zal dan wel de kamer van de directeur zijn,’ zei Donna. ‘Kunnen we niet gewoon door lopen,’ vond Nuwanthi.

Ze liepen door maar op een gegeven moment kwamen ze de conciërge tegen en die vroeg: ‘Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?’

‘Nou, wij zijn op zoek naar onze juf Annelies,’ zei Pien. De conciërge antwoordde daarop: ‘Nou, daar heb ik niks mee te maken dus ga maar naar buiten!’

‘Waarom moeten we nu weer naar buiten!’ riep Bente.

‘Nou, jullie moeten me gewoon met rust laten met jullie problemen! En ik heb nog veel werk te doen. Toedels!’ Toen zette hij ze buiten. Ineens zei Dania: ‘Ik heb nog steeds die perkamentrol!’

‘Maak dan open,’ zei Oscar.

Dania maakte hem open er stond iets Arabisch op. ‘Er staat op dat de Buikies Annelies meegenomen hebben.’

‘Ja, maar dat wisten we al,’ riep Luca verontwaardigd. ‘Je hebt ook niks meer aan zogenaamd wijze mannen op kamelen!’ Toen zei Josta opeens: ‘Laten we naar Belinda of Prajna gaan!’ Dat vonden ze een goed idee. De deur zat op slot maar de deur van de groep van Annette was wel open. Ze liepen naar de groep van Prajna. Daar was ook niemand.

En plotseling klonk het brandalarm.

 

Zoë: Lasse rende meteen naar de keuken. Die stond helemaal in brand.

Lasse riep keihard: ‘De keuken staat in brand!’ Iedereen rénde er naartoe.

‘Ik weet wat, we moeten een brandspuit zoeken!’ zei Jiske.

‘Ik weet waar die liggen!’ riep Julian.

‘Waar dan?’ vroeg Donna ongerust.

‘In de kamer van Marijke.’

Coen, Joris en Isa renden er snel naartoe en kwamen terug met een brandspuit. De brand werd steeds groter; de rook sloeg de kinderen in het gezicht en iedereen zweette peentjes.

De jongens spoten de hele keuken rond en het ging enorm roken.

‘Snel,’ zei Pien, ‘naar buiten.’

Iedereen deed wat ze zei.

‘We moeten heel even wachten totdat de rook weg is en dan kunnen we weer naar binnen,’ zei Ella.

Na een tijdje zag niemand meer rook. Iedereen wou weer naar binnen rennen maar toen zag Dania de man van Annelies.

‘Kijk, Danny en Zipper!’ zei ze.

Bente rende er meteen naartoe en vroeg: ‘Weet jij misschien waar Annelies is?’

‘Nee,’ antwoordde Danny, ‘ik was ook naar haar op zoek, daarom kwam ik hier.’

Ineens rende Zipper de bosjes in. Jo rende er meteen achteraan. Zipper vond een soort van telefoontje. ‘Die hou ik wel bij me,’ zei Teun. Zipper snuffelde verder.

Uiteindelijk kwamen ze bij de flat. Dyon klopte aan er kwam een oude vrouw naar buiten. Ze droeg witte gympies en een witte joggingbroek. Daarboven droeg ze een blauwe sweater en om haar hoofd en polsen had ze een zweetband gedaan. ‘Wat doen jullie nou weer hier?’ vroeg ze, terwijl ze op haar plaats aan het joggen was.

En toen kwam er nog iemand naar buiten. Staffan! ‘Wat doe jij nou hier!’ riep Phum.

‘Ik ben bij mijn oma op bezoek,’ zei Staffan. ‘En wat doen jullie dan hier?’

‘Wij zijn op zoek naar Annelies,’ zei Juultje. ‘Ze was ineens –poef! – weg en nu zijn we op zoek.’

‘Nou, wij moeten weer verder zoeken,’ zei Tobey.

‘Nee,’ zei Staffan, ‘wacht. Ik zoek mee.’

‘Dan ga je toch mee,’ zei Calvin.

Toen zei Oscar opeens: ‘Waar is Zipper?’

‘Die staat achter je!’ zei Valentijn 7.

‘Oh,’ zei Oscar.

‘Kijk daar!’ zei Sarafina. ‘Ik zie een briefje met een snoepje eraan.’

Ze pakte het briefje op en las het voor. ‘Eén pak melk, twee eieren en 6 suikerklontjes. Groet Annelies.’

‘Ik denk dat we naar de supermarkt moeten,’ zei Valentijn 8.

‘Oké,’ zei Pien, ‘kom, we gaan!’

Toen ze er waren rende Valentijn 8 meteen naar de snoepafdeling.

‘Wacht op ons!’ riepen Zoë en Doortje.

‘Jongens, we zijn hier niet om snoep te zoeken,’ zei Joosje. Een paar gingen naar binnen en de rest stond buiten te wachten. Er was bijna niemand in de Albert Heijn, dus je hoefde niet in de rij te staan. Dyon, Metin, Phum, Camiel, Luca en Julian deden tikkertje want er was ook niemand op het plein dus konden ze goed rennen. Ze hadden geen zin om buiten te wachten dus ging de rest naar binnen. Joosje en Ella zaten met z’n tweeën een beetje rond te snuffelen. ‘Kijk,’ zei Ella plotseling. Een rode knop.’

‘Zullen we erop drukken?’ stelde Joosje voor.

‘Oké.’

‘1 2 3’ en ze drukten samen op de knop. Voordat de omstanders (Donna, Eline en Nuwanthi) nog nee konden zeggen gingen alle deuren en ramen dicht en de lampen uit. Plotseling was het pikkedonker. ‘Help!’ riep Dania gesmoord.

‘Oh nee!’ riep Josta. ‘Wat moeten we nu doen!’

 

Doortje: ‘Ik weet iets!’ riep Sajad. ‘Valentijn 8, jij hebt toch een iPod?’

‘Ja. Hoezo?’

‘Dan kun je de zaklamp aanzetten!’ riep Sajad opgewonden.

‘Niet zo hard, straks hoort iemand ons nog!’ fluisterde Doortje gespannen.

‘Hoeveel procent heeft je iPod?’ vroeg Tobey.

‘Twintig,’ zei Valentijn 8.

‘Oké. Kom, we gaan een uitweg zoeken,’ stelde Joosje voor.

Al gauw zagen ze een heel groot luik in de vloer. ‘Kijk, een luik,’ zei Dyon.

‘Maak open dan!’ zei Eline. Coen, Joris en Isa gooiden het luik open. En ja hoor. Het was een trap die naar het duister leidde: een kelder.

Ze liepen de trap af en kwamen bij een heel groot voorraadhok.

‘IEL! MUIZEN!’ gilde Nuwanthi. Alle meisjes gilden en gingen op dozen staan, behalve Sarafina. Die pakte een dik muisje op een aaide hem teder. ‘Poetie poetie,’ zei ze.

De jongens joegen de muizen weg. Alle meisjes (behalve Sarafina, die het muisje met een treurig gezicht wegzette) kwamen weer van de dozen af.

‘Iel,’ zei Ella, ‘wat waren díé dik en eng zeg!’

‘Oké, nu weer verder,’ zei Pien.

Opeens zei Calvin: ‘Wacht effe, mensen. Waar is Valentijn?’

‘Hiero,’ zei Valentijn 7. Hij stak zijn hand op.

‘Nee, de andere Valentijn,’ zei Calvin ongerust. ‘Valentijn 8.’

‘En waar is Zoë?’ voegde Oscar eraan toe. ‘Shit zeg, die zijn vast weggegaan!’

‘Oké, splitsen!’ riep Jo.

Joris, Coen, Isa, Calvin, Dyon, Donna, Eline en Nuwanthi gingen rechtdoor. Pien, Joosje, Doortje, Dania, Jiske, Juultje en Josta gingen rechtsaf (‘Ik hoop dat we niet nóg meer muizen tegenkomen,’ zei Dania). Metin, Camiel, Tobey, Sarafina, Oscar, Julian en Jo gingen linksaf en de rest bleef.

Al gauw kwamen ze erachter dat het een reusachtige kelder was. Het leek wel een doolhof.

Na een halfuur kwam de eerste groep, waar Coen de leiding op zich had genomen, de tweede groep tegen, waar Doortje steeds gilletjes slaakte omdat ze zei dat ze muizenoogjes zag glinsteren in het donker. Ze gingen samen verder (Joris stelde Doortje gerust).

En plotseling waren ze weer op de plek waar ze begonnen waren. Ze hadden overal gezocht, maar nergens konden ze Valentijn 8 en Zoë vinden. Ze gingen de kelder weer uit en zagen dat Zoë en Valentijn 8 bij de snoepafdeling stonden, een paar meter verderop. Valentijn 8 was bezig een zak met Winegums open te trekken en Zoë at dropslierten alsof het spaghetti was.

‘Wat doen jullie hier, we hebben jullie overal gezocht!’ riep Teun verontwaardigd.

‘Oeps,’ zei Valentijn 8. ‘Maar ja, we hadden trek, en het was zó lekker!’

‘Je had toch ook bij de groenteafdeling kunnen gaan staan,’ zei Jiske.

‘Snoep is lekkerder,’ zei Zoë.

‘Geen tijd hiervoor, we zijn op zoek naar Annelies!’ riep Bente. En ze begon spontaan te huilen. ‘Ik mis haar zo,’ snikte ze. ‘Goeie ouwe Annelies. Ik zal nooit meer stout zijn.’

‘Goed,’ zei Lasse. ‘Bente, als je belooft dat je nooit meer je rekenboek opeet, dan breng ik jullie naar Annelies.’

‘Meen je dat?’ riepen de kinderen in koor.

‘Geintje.’

Hij kreeg een stel boze blikken.

‘Kom, we gaan op zoek naar de melk, de eieren en de suiker,’ zei Luca. Ze zochten en zochten en uiteindelijk kwamen zij bij de melk. Niks. Suiker. Ook niks.

Maar toen ze bij de eieren kwamen… Ja hoor, daar lag een kapotte doos eieren. ‘Kijk eens aan!’ riep Nuwanthi. ‘De ring van Annelies!’ Isa pakte hem op.

Toen zagen ze de straal van een zaklamp. Het was een grote, dikke man, en hij zei: ‘Hebben jullie dit gedaan? Bengels!’ Hij wees naar de ramen en deuren.

‘Sorry meneer, we zagen een mooie knop en daar drukten we op,’ zei Ella met een zo onschuldig mogelijk gezicht. ‘We dachten dat het snoepjes zou gaan regenen.’

‘Is niet erg,’ zei de man sussend, ‘maar nooit meer doen.’

‘Nóóit meer,’ beaamden Ella en Joosje.

‘Maar wat doen jullie hier?’ vroeg de dikzak.

‘Wij zoeken onze juf, Annelies, die was weg, ineens,’ zei Lasse. ‘Boem pats weg.’ Hij barstte in gegrinnik uit, ook al kon niemand erom lachen. ‘Heeft u haar misschien gezien?’

‘Nee, sorry,’ zei de dikzak.

 

‘Het enige wat we van haar hebben zijn een boodschappenlijstje en een leesbril. Hier liggen de eieren, kapot, met haar ring!’ zei Pien.

‘Oh,’ zei de man. ‘Ik zou wel de vingerafdrukken kunnen-‘ De grote man kon zijn zin niet afmaken. Hij werd meegesleurd door iemand met een zwarte jas aan. Maar wie dat was…

Niemand wist het.

Op zoek naar Annelies

 Op zoek naar Annelies

 

En poef! Weg was ze. Zomaar. Ineens.

‘Hoe kan dat nou?’ zei Zoë. ‘Net was ze er nog en nu ineens niet meer!’

Op de plek waar Annelies zojuist had gestaan, lag nu alleen nog haar leesbril.

‘Wist je,’ zei Lasse plotseling, ‘dat er helemaal geen kaas in pindakaas zit? Gek hè!’

‘Dit is niet het moment voor grapjes, Lasse,’ zei Oscar boos. ‘Annelies is weg!’

‘Jaja,’ zei Lasse, ‘maar wist je dat-’

‘Nee!’ riep Pien. ‘Niet weer!’

‘We moeten haar zoeken!’ riep Julian.

‘Annelies is weg!’ huilde Bente. ‘We moeten haar zoeken!’

‘Dat zei ik al,’ zei Julian.

‘Jongens, kap eens met dat gekibbel. We moeten iets doen,’ vond Joris.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Niemand had enig idee waar Annelies naartoe was.

Donna was de eerste die weer wat zei. ‘Hiermee bereiken we niks,’ zei ze. Ze sloeg met een vlakke hand op haar tafel. Het dreunde door de hele school. ‘We moeten iets gaan doen!’

Plotseling werd er hard en lang gebeld…

 

Valentijn 8: Iedereen schrok van de bel. Als een kudde dolle koeien rende de hele klas naar de voordeur van de school. Calvin was als eerste bij de deur. Hij deed open. Er stond een kameel voor de deur, kauwend op een grassprietje. Bovenop hem zat een oude man. Bente gilde en viel flauw. Jo huilde en ging bezorgd naast Bente zitten. ‘Arme Bente,’ zei ze.

Nuwanthi rende naar de keuken om een emmer water voor Bente te halen.

Intussen vertelde de man iets maar niemand kon er iets van verstaan, want het was Arabisch. Het enige wat ze een paar maal verstonden was ‘Annelies’ en ‘weg.’ Nuwanthi kwam aanrennen met de emmer water maar van de schrik liet ze de emmer met water op Metin vallen. Dania keek bezorgd naar de oude man die nog steeds aan het praten was. De man stopte met praten en gooide een perkamentrol op de grond voor Dania’s voeten.  Hij riep ‘Hi-ha’ en ging er weer als een speer vandoor op zijn kameel. Dania zei dat de Buikies Annelies hadden gevangen. Tenminste, ze dacht dat ze dat had begrepen van de oude man. Coen rende naar de Buikslotermeerschool. ‘Dit regel ik wel even,’ riep hij stoer, ‘zo gedaan.’

‘Wacht op mij!’ schreeuwde Joris en hij rende zijn vriend achterna. Maar al snel waren ze weer terug. ‘De deur zit op slot,’ zei Coen geïrriteerd. ‘Ik kom helpen,’ bood Teun aan. ‘Wij ook!’ riep iedereen.

En ze renden allemaal naar de  Buikslotermeerschool. Teun raapt vaak mooie spulletjes van de grond en laatst had hij ook een sleutel in de bosjes gevonden. Teun zei: ‘Kijk, ik heb een sleutel. Misschien past hij wel.’ Dyon rukte de sleutel uit Teun’s handen. ‘Doe eens even normaal,’ zei Doortje. ‘Laat mij maar even.’ Het lukte Doortje gelijk de deur open te krijgen. Ella riep: ‘Hoera!’ en ze rende als eerste naar binnen. Ze liepen het gangpad af. Aan het einde van de gang kon je linksaf, rechtdoor en rechtsaf. Als je linksaf ging liep het dood, en als je rechtdoor ging liep het ook dood, dus ze gingen maar rechtsaf. Ze liepen en ze liepen. Het was echt een bijzonder lang pad. Sajad riep: ‘Yes! We kunnen hier een deur in!’ ‘Fijn,’ zei Pien.

‘Probeer eerst maar eens langs ons te komen!’

Voor hen stonden Mohamed en Talitha. De klas wou weg rennen, maar achter hen stonden Bubbelbips en Diego. ‘Wat nu,’ zei Zoë bezorgd…

 

Ella: ‘Ja wat nu,’ zei Jiske. Plotseling kwam er een juf naar buiten lopen, uit de deur die de kinderen een paar tellen geleden nog in hadden willen gaan.

‘Mohamed, Talitha, Diego en Sander (Bubbelbips)! Dit had ik niet van jullie verwacht! Naar de klas!’ Ze lette totaal niet op de klas die daar midden in de gang half bevroren stond af te wachten.

De vier kinderen liepen allemaal gehoorzaam weg en de juf ging ook weer naar binnen.

‘Het is maar goed dat we daar niet naar binnen zijn gegaan,’ zei Bente. Ze liepen door maar plotseling merkte Josta dat de deur van de klas weer open ging. De juf stapte naar buiten en schreeuwde: ‘Wie mogen jullie voorstellen, zeker weer van de buurschool! Zeg op, wat moeten jullie hier!’

‘Niks mevrouw,’ stotterde Eline.

Toen stapte Isa naar voren en zei: ‘En of we hier wat moeten doen, jullie hebben Annelies te pakken!’

‘O,’ zei de juf, ‘in dat geval, loop maar achter me aan.’

De groep zette zich in beweging en liep braaf achter de juf aan, maar Joosje vertrouwde het niet en verstopte zich achter een kast. Maar de rest liep door, ze liepen de hele gang die ze net hadden gelopen weer terug. De juf liep naar de uitgang, deed de deur open en zei tegen de kinderen: ‘Tjop tjop, naar buiten en kom niet meer terug!’ Ze gooide de deur met een klap weer terug en liep terug naar haar klas. Ze keek geen moment naar de kast waar Joosje achter verstopt zat.

Intussen was de klas buiten volledig in paniek maar toen riep Ella plots: ‘Waar is Joos?’

‘Als Joosje hier niet is dan is ze nog binnen,’ zei Sarafina en toen ging de deur open en in de deuropening stond Joosje. ‘Joosje waar was je nou,’ vroeg Doortje bezorgd

‘Binnen natuurlijk,’ zei Joosje.

‘Waar wachten we nog op? Naar binnen!’ zei Joris.

‘Ja kom op!’ riep Doortje en ze renden naar binnen.

Ze gingen nu de andere kant op en al gauw zagen ze weer een deur.

‘Zullen we naar binnen gaan?’ stelde Camiel voor.

‘Ja, tuurlijk!’ zei Julian dapper. Dus deden ze de deur open maar toen…

 

Joosje: Daar stond Bubbelbips helemaal alleen en hij zei: ‘Wat moeten jullie hier nog?’

Phum antwoordde: ‘Nou, wij zijn nog steeds op zoek naar onze juf, Annelies.’

‘Kijk, daar ligt het hoesje van Annelies’ telefoon!’ zei Valentijn 8 ineens en hij wees. Bubbelbips keek er naar en Valentijn 8 riep: ‘Rennen!’

Ze renden de hele gang uit ze kwamen op een gegeven moment in een grote hal. De eerste die weer wat zei dat was Eline. ‘Ik denk dat we verdwaald zijn.’

‘Verdwaald?’ vroeg Tobey smalend. ‘In de school van de Buikies? Geloof je het zelf!’

‘Nu ik er over nadenk,’ zei Eline, ‘is het best gek, dat we verdwaald zijn.’

‘Jongens hou eens op met dat gekibbel, dan kunnen we beter nadenken!’ vond Valentijn 7.

‘Ik weet wel iets,’ zei Dyon, ‘toen ik een keer ruzie kreeg met Talhita, toen moest ik een keer hier naar binnen en toen ben ik die deur in gegaan.’

‘Dat zal dan wel de kamer van de directeur zijn,’ zei Donna. ‘Kunnen we niet gewoon door lopen,’ vond Nuwanthi.

Ze liepen door maar op een gegeven moment kwamen ze de conciërge tegen en die vroeg: ‘Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?’

‘Nou, wij zijn op zoek naar onze juf Annelies,’ zei Pien. De conciërge antwoordde daarop: ‘Nou, daar heb ik niks mee te maken dus ga maar naar buiten!’

‘Waarom moeten we nu weer naar buiten!’ riep Bente.

‘Nou, jullie moeten me gewoon met rust laten met jullie problemen! En ik heb nog veel werk te doen. Toedels!’ Toen zette hij ze buiten. Ineens zei Dania: ‘Ik heb nog steeds die perkamentrol!’

‘Maak dan open,’ zei Oscar.

Dania maakte hem open er stond iets Arabisch op. ‘Er staat op dat de Buikies Annelies meegenomen hebben.’

‘Ja, maar dat wisten we al,’ riep Luca verontwaardigd. ‘Je hebt ook niks meer aan zogenaamd wijze mannen op kamelen!’ Toen zei Josta opeens: ‘Laten we naar Belinda of Prajna gaan!’ Dat vonden ze een goed idee. De deur zat op slot maar de deur van de groep van Annette was wel open. Ze liepen naar de groep van Prajna. Daar was ook niemand.

En plotseling klonk het brandalarm.

 

Zoë: Lasse rende meteen naar de keuken. Die stond helemaal in brand.

Lasse riep keihard: ‘De keuken staat in brand!’ Iedereen rénde er naartoe.

‘Ik weet wat, we moeten een brandspuit zoeken!’ zei Jiske.

‘Ik weet waar die liggen!’ riep Julian.

‘Waar dan?’ vroeg Donna ongerust.

‘In de kamer van Marijke.’

Coen, Joris en Isa renden er snel naartoe en kwamen terug met een brandspuit. De brand werd steeds groter; de rook sloeg de kinderen in het gezicht en iedereen zweette peentjes.

De jongens spoten de hele keuken rond en het ging enorm roken.

‘Snel,’ zei Pien, ‘naar buiten.’

Iedereen deed wat ze zei.

‘We moeten heel even wachten totdat de rook weg is en dan kunnen we weer naar binnen,’ zei Ella.

Na een tijdje zag niemand meer rook. Iedereen wou weer naar binnen rennen maar toen zag Dania de man van Annelies.

‘Kijk, Danny en Zipper!’ zei ze.

Bente rende er meteen naartoe en vroeg: ‘Weet jij misschien waar Annelies is?’

‘Nee,’ antwoordde Danny, ‘ik was ook naar haar op zoek, daarom kwam ik hier.’

Ineens rende Zipper de bosjes in. Jo rende er meteen achteraan. Zipper vond een soort van telefoontje. ‘Die hou ik wel bij me,’ zei Teun. Zipper snuffelde verder.

Uiteindelijk kwamen ze bij de flat. Dyon klopte aan er kwam een oude vrouw naar buiten. Ze droeg witte gympies en een witte joggingbroek. Daarboven droeg ze een blauwe sweater en om haar hoofd en polsen had ze een zweetband gedaan. ‘Wat doen jullie nou weer hier?’ vroeg ze, terwijl ze op haar plaats aan het joggen was.

En toen kwam er nog iemand naar buiten. Staffan! ‘Wat doe jij nou hier!’ riep Phum.

‘Ik ben bij mijn oma op bezoek,’ zei Staffan. ‘En wat doen jullie dan hier?’

‘Wij zijn op zoek naar Annelies,’ zei Juultje. ‘Ze was ineens –poef! – weg en nu zijn we op zoek.’

‘Nou, wij moeten weer verder zoeken,’ zei Tobey.

‘Nee,’ zei Staffan, ‘wacht. Ik zoek mee.’

‘Dan ga je toch mee,’ zei Calvin.

Toen zei Oscar opeens: ‘Waar is Zipper?’

‘Die staat achter je!’ zei Valentijn 7.

‘Oh,’ zei Oscar.

‘Kijk daar!’ zei Sarafina. ‘Ik zie een briefje met een snoepje eraan.’

Ze pakte het briefje op en las het voor. ‘Eén pak melk, twee eieren en 6 suikerklontjes. Groet Annelies.’

‘Ik denk dat we naar de supermarkt moeten,’ zei Valentijn 8.

‘Oké,’ zei Pien, ‘kom, we gaan!’

Toen ze er waren rende Valentijn 8 meteen naar de snoepafdeling.

‘Wacht op ons!’ riepen Zoë en Doortje.

‘Jongens, we zijn hier niet om snoep te zoeken,’ zei Joosje. Een paar gingen naar binnen en de rest stond buiten te wachten. Er was bijna niemand in de Albert Heijn, dus je hoefde niet in de rij te staan. Dyon, Metin, Phum, Camiel, Luca en Julian deden tikkertje want er was ook niemand op het plein dus konden ze goed rennen. Ze hadden geen zin om buiten te wachten dus ging de rest naar binnen. Joosje en Ella zaten met z’n tweeën een beetje rond te snuffelen. ‘Kijk,’ zei Ella plotseling. Een rode knop.’

‘Zullen we erop drukken?’ stelde Joosje voor.

‘Oké.’

‘1 2 3’ en ze drukten samen op de knop. Voordat de omstanders (Donna, Eline en Nuwanthi) nog nee konden zeggen gingen alle deuren en ramen dicht en de lampen uit. Plotseling was het pikkedonker. ‘Help!’ riep Dania gesmoord.

‘Oh nee!’ riep Josta. ‘Wat moeten we nu doen!’

Een verhaal deel 2

 

Na een dag lopen kwam Pietertje bij een klein dorpje aan. Hij keek rond op zoek naar een plek om te slapen.

‘Weet u misschien…’

‘Pardon, meneer…’

Niemand zei iets en keek hem alleen maar droevig aan.

Uiteindelijk was Pietertje het zat. ‘Kan iemand mij vertellen wat er hier aan de hand is?’ schreeuwde hij.

‘Jongen toch, ben je niet van hier?’ Een vrouw knielde voor hem en pakte zijn handen.

‘Nee,’ zei Pietertje.

De vrouw vertelde dat de waterput in opstand was gekomen. En het vervelende was, het was de enige put die het dorp had!

‘Als mijn raadsel wordt opgelost, mogen de mensen van het dorp weer water putten,’ had de put gezegd.

Vele mensen hadden geprobeerd het raadsel op te lossen, maar ze faalden allemaal.

‘Het hele dorp heeft dorst,’ zei de vrouw verdrietig. ‘We zijn nog maar met zijn vijftigen. De ene helft is of gestorven aan de dorst of verhuisd.’

Pietertje vond het een erg droevig verhaal. ‘Ik ga het raadsel oplossen!’ riep hij.

‘Och jongen, doe dat toch niet! Iedereen die het probeerde en faalde, viel in de put en verdronk!’ zei de vrouw.

‘En toch doe ik het!’ riep Pietertje.

De vrouw zuchtte. ‘Goed dan. Ga morgenochtend, in de vroegte is de geest van de put nog slaperig.’

‘Waar moet ik dan slapen, als ik morgenochtend ga?’

‘Je mag bij mij slapen,’ zei de vrouw. ‘Kom mee!’

 

 

Een verhaal

 

Lang, lang geleden was er een kaboutertje. Nu denk je misschien wel dat kabouters grappig, lief en klein zijn, maar deze was dat niet. Dit was een hele gemene. Hij kapte bloemen om, gooide aarde in holen van dieren, en als hij dan boos gegil of geschreeuw hoorde, gniffelde hij gemeen en rende weg. Het was nog maar een kind, maar al wel heel gemeen.

Op een dag had de kabouter, die Pietertje heette, stenen in een holle boom gegooid. Hij gniffelde gemeen en wilde wegrennen, maar plotseling klonk er een stem achter hem.

‘Ren nou niet weg!’

Geschrokken keek Pietertje om. Voor de holle boom stond een oud vrouwtje.

‘Gaat u me pijn doen?’ vroeg Pietertje bang.

Het vrouwtje glimlachte. ‘Nee, jochie,’ zei ze, ‘ik wil alleen een deal met je sluiten.’

‘Wat voor deal?’ Nieuwsgier kwam Pietertje dichterbij.

‘Als jij niemand meer pest, krijg jij van mij iets heel bijzonders,’ antwoordde het vrouwtje.

‘Wat voor bijzonders?’

‘Een schatkaart.’

‘Waar leidt die kaart naartoe?’

‘Naar een schat natuurlijk!’

Nu was Pietertje overtuigd. ‘Geef hier die kaart!’ zei hij.

Het vrouwtje ging naar binnen en even later kwam ze terug met een oude perkamenten rol.

‘Niemand pesten hè!’ zei ze. Toen gaf ze de kaart aan Pietertje.

Meteen keek Pietertje op de kaart. Er waren landschappen, dorpjes, wegen en een route door middel van stippellijntjes op getekend. En natuurlijk een rood kruis. Daar moet de schat liggen, dacht Pietertje.

‘Hier sta jij,’ las Pietertje.

Toen begon hij te lopen.

 

Wordt vervolgd…

Jantje en zijn domme oma

Jantje liep naar de goudsmid. Daar kocht hij een gouden telefoon. Daarmee belde hij zijn zus. Ze nam op. ‘Hallo,’ zei hij, ‘ik bel omdat ik een domme oma heb.’

Hij hing op, en liep terug naar zijn kleine hutje. Daar dronk hij een mok vol chocolademelk. Per ongeluk morste hij een vlek op zijn trui. Geschrokken keek hij naar de vlek. Hij had geen wasmachine, dus hij kon het er niet uit wassen. Dus ging hij naar zijn zus.

‘Waarom hing je nou op?’ vroeg zijn zus. ‘Omdat ik mijn beltegoed niet had betaald,’ antwoordde Jantje.

Toen vroeg hij of ze een wasmachine had.

‘Ik had een wasmachine, nu niet meer,’ antwoordde ze. ‘Jammer,’ zei Jantje, ‘dan kan ik mijn kleren nooit wassen!’

‘Misschien kun je naar die domme oma gaan waar je het over had aan de telefoon,’ zei zijn zus.

Jantje rende het huis van zijn zus uit. Hij ging naar de domme oma die net een kopje koffie aan het drinken was.

‘Hallo,’ zei ze met een pieperig stemmetje. ‘Ben jij die kleinzoon die mij dom noemt?’

‘Eh,’ zei Jantje, ‘nou, dat weet ik niet hoor! Mijn zus zei dat je dom was, dus geloofde ik dat maar.’

De domme oma lachte. ‘Ik weet niet of ik dat wel geloof hoor!’ zei ze, terwijl ze Jantje streng aankeek.

‘Maar, waar kwam je voor?’ vroeg ze. ‘Wacht, ik weet het al. Ja, ik heb een wasmachine!’

Hoe weet zij dat? dacht Jantje. Ze is eigenlijk helemaal niet zo dom. Maar juist slim!

De domme oma trok de trui van Jantje uit en stopte hem in de wasmachine. ‘Zo,’ zei de domme oma, ‘over een paar uurtjes kun je hem weer ophalen!’

Hij ging weg. Na een uurtje kwam hij weer terug.

De oma liet de trui zien en hij was zo goed als nieuw.

Jantje ging bij de domme oma wonen en ze leefden nog heel lang en nog veel gelukkiger.

Van Jiske, Josta en Bente

 

Wezblog Quiz

Attentie! Attentie!

Je mag meedoen aan de Wezblog-quiz als je in groep vier of hoger zit. Op woensdag 19 maart vindt de quiz plaats. Iedereen die zich heeft ingeschreven krijgt op die dag een vragenlijst met vragen over de Wezblog. Hier een voorbeeldvraag:

Wie heeft het verhaal “Sint en Griet” geschreven?

A. Venne

B. Eva

C. Iris

Wat denk jij?

Tip: Kijk goed op de Wezblog. Je kunt alle antwoorden daar vinden. Bereid je dus goed voor! Nog een  tip: Goed in de rubrieken kijken. Er zijn vragen die daar over gaan.

Je kunt ook een prijs winnen. Wat dat is? Dat is een verrassing.

Doe je ook mee? Je kunt je inschrijven bij de Wezblog-redactie. (Venne, Pleun van Prajna, Jiske van Annelies).

De Mysterymap van Spectrumbox

Wij Mae, Duygu, Laura en Pien hebben laatst de mysterymap gedaan van de spectrumbox. Dat was de allereerste keer.

We hebben een mysteriecard gekregen van Annelies. Het thema van die kaart was mens en zoogdieren. Er stond een verhaal op en die moesten we omschrijven.  Er stonden  dikgedrukte woorden op die kaart en we moesten  schrijven wat dat betekende. Het thema was natuur en techniek. We konden uit 3 jokers kiezen: de ja/nee joker, de  dramajoker ,en de waarheidsjoker. Wij hebben voor de waarheidsjoker gekozen. Bij de waarheidsjoker moet je een verhaal verzinnen en dan is er maar een goed. De hond van Annelies Zipper mocht meedoen met onze presentatie.

Dit waren de verhalen.

Pien: Pien was de presentator

  1. Laura: Dit verhaal gaat over Zipper. Zipper is een zoogdier. En zat bij zijn moeder in de buik. Zipper drinkt ook bij zijn moeder maar nu al lang niet meer. Zipper is een alleseter. En houdt veel van kinderen en spelen met Annelies. Dit was mijn verhaal.  Is het waar of niet?
  2. Duygu: Dit verhaal gaat over Zipper. Zipper is geen zoogdier. Het is een planteneter en houdt niet van kinderen. Zipper houdt het meest van wortels en kan goed praten. Maar alleen met Annelies. Dit was mijn verhaal is het waar of niet?
  3. Mae: dit verhaal gaat over Zipper. Zipper komt uit de buik van zijn moeder. Hij ademt door zijn longen. Zipper heeft ook oren,  een mond, een neus en vier poten. Zipper drinkt bij zijn vader.

Welk verhaal denk jij dat waar is ?

IMG_7746

 

 

Candyhorror

8e jaars: 10 schoolkinderen (Noël, Nilab, Luka B, Thom, Dylan, Joey, Duco, Marius, Luka Br en Bram) gingen naar de film Candyhorror in 3d. Ze waren helaas de enige die de film bekeken en raakten voor de lol het beeldscherm aan. Toen ze het hadden aangeraakt werden ze in  het beeldscherm gezogen en kwamen ze terecht in Candyland. Ze keken verbaasd om zich heen en vielen gelijk aan.

Jiske: Plotseling hoorden ze een geluid achter zich. Ze keken om, en zagen een mega jellybean! De kinderen trokken een zuurstok uit de grond, en begonnen met het monster te vechten. Uiteindelijk zakte de jellybean in elkaar, en de kinderen vierden een klein feestje.

Die middag vochten ze nog met een marshmallow, een lolly en een dropstengel. Moe van deze rare dag vielen ze in slaap.

Valentijn 7: De volgende morgen kwam de mega jellybean weer terug, maar dan met een heel leger dropjes. Ze pakten een pakje m&m’s en gooiden ermee. Toen ze het leger hadden verslagen gingen ze op zoek naar eten. Ze zagen een appelboom, en pakten een snoepappeltje. Marius pakte een groene appel in plaats van een rode. De appel riep: “Hé, laat mij eens los!” Het bleek dat de appel kon praten! Ze spraken met de appel en besloten om hem mee te nemen.  Ze zochten een slaapplaats en vielen in slaap…

In de nacht, om 3 uur werden Noël en Luka Br wakker. Het was gewoon nog licht. Ze maakten de anderen wakker en gingen op stap.

Isa: Maar toen ze wegliepen ontdekten ze dat Marius weg was. “Waar is Marius?” riep Duco bang, “Voor het slapen was hij er nog!”

Toen kwam er een oud zuurtje naar ze toe lopen. Hij zei met een oude stem “Marius is ontvoerd door de slechte dropstengel van Candyhorror. Als jullie naar het Chocoladekasteel toegaan kunnen jullie hem bevrijden. Maar pas op voor zijn leger dropveters.” De schoolkinderen gingen in overleg over wat ze moesten doen, en toen zei Bram: “Kom op, we gaan er naartoe.”

Guus: Ze liepen een heel eind naar het noorden, maar zagen helemaal niks. Ze kwamen een agressief ijsje tegen. Ze vroegen waar het chocolade kasteel was. Hij zei dat als je een likje nam dat je dan naar het Chocoladekasteel kon gaan. Ze besloten het te doen. Toen ze een likje hadden genomen waren ze ineens bij het Kasteel, en oh help! Er kwam een immens dropleger op hen af, en voor ze het wisten zaten ze helemaal klem. Ze werden bij Marius gezet. Ze moesten hier weg, naar huis. Maar hoe?

Juultje: Ze zaten allemaal na te denken. Ineens zei Joey: “Ik heb honger.” “Ja,” zei Nilab, “ik heb ook trek.” “Het is toch een chocoladekasteel? Dan kunnen we het toch eten, of niet soms!” riep Joey. “Jaaa,” riepen ze allemaal, “kom we doen het!” “Hé, waar is Noël?” vroeg Bram ineens. “Net kwam er een marsepeintje en die trok Noël mee naar beneden. Jullie waren nog aan het slapen toen het gebeurde.” vertelde Dylan. “Waarom was jij dan wel wakker?” vroeg Marius. “Niet belangrijk.” antwoordde Dylan. “Dan moeten we dus naar beneden gaan en Noël vinden. Dat wordt een hele klus met al die bewaking.” riep Luka Bu uit. “Dat lukt nooit, en toch moet er een manier om hier uit te komen.” riep Luka Br. “Ja, maar welke manier?” vroeg Marius. Omdat ze dat niet wisten, gingen ze toch maar weer nadenken.

Joosje: Opeens zei Duco: “Als één iemand nou de bewakers af leid, dan kunnen wij toch weg?” “Maar Noël dan?” vroeg Nilab zorgelijk. “Die vinden we daarna wel.” zei Joey. Opeens kwamen er 10 snoepautootjes op ze af. Ze renden keihard weg. Plotseling zagen ze Noël. Ze werd achtervolgd door een leger spekjes. Toen kwam er een berg dropmuntjes op Noël af, de spekjes erachteraan! Maar de spekjes struikelden per ongeluk over de dropmuntjes. Het was een complete CHAOS! Als klap op de vuurpijl kwam er nog een snoepautootje aan. Hij reed over de dropjes en de spekjes heen. Toen kwamen de andere 9 kinderen naar Noël toe. De tien autootjes waren de kinderen kwijt. Die waren namelijk in de suikerspinstruiken gesprongen. Opeens kwam er een gummybeertje aan, en die nam hun mee naar zijn kasteel…

Valentijn 6: Het was een eind lopen naar het kasteel van het gummybeertje. Toen ze aankwamen stond er een heel leger zure matten hen op te wachten. “Je gaat ons toch niet in de gevangenis doen?” vroeg Duco angstig. “Welnee, wij zijn een vredelievend volk, en jullie zijn niet van hier.” zei het gummybeertje. “Maar daar komen we later wel op. Willen jullie hier slapen of wonen? Je bent bij die griezels toch niet veilig en waar zou je anders moeten slapen en eten. Wij hebben ook menseneten hoor!”  Opeens zei een zure mat: “Daar komen dropstengels aan. Pak jullie wapens, zure matten, we gaan een potje knokken! Snel naar binnen, hare majesteit en uw vrienden!” riep hij. Snel liep het groepje naar binnen.

Ella: Ze keken om zich heen en zagen een heleboel verschuivende trappen gemaakt van zure matten. Ze liepen er naartoe en er kwam een plakkerig kauwgompje op en hen afrennen. Het zei: “Jullie moeten allemaal tegelijk roepen waar jullie naartoe willen, zonder te overleggen. Als het lukt kunnen jullie daar naartoe gaan.” Zonder een teken te geven riep hij “1, 2, 3, NU!” Allemaal tegelijk riepen ze: “De uitgang!” De trappen begonnen te schuiven, en brachten ze naar de schuimpjesschuur. Niet de uitgang dus. Tot hun verbazing was Bram er niet. Ze zagen een bordje met “Caramelkamer” erop staan. Ze liepen er naartoe en gingen naar binnen. Ze zagen een bank van caramel. Net toen Duco erop neer wou ploffen zei Nilab: “Eerst moeten we kijken of het veilig is. Het lijkt veilig maar misschien zit er een vuurtje onder de bank verstopt.” Ze probeerden de bank open te maken en dat lukte. Ze zagen een opening en een trap, en ze besloten om er naartoe te gaan. Ze zagen Bram met een boze jellybean. Er lag een geheimzinnige doos in de hoek van de Caramelkamer, en wat het was, wist niemand…

Mae: Ze besloten om eerst Bram te redden. Maar toen ze in de bankwouden springen zat er een ijsplaat. “Ik red me wel!” riep Bram.

Dus de 10 kinderen besloten om naar de doos te gaan. Ze zagen allemaal kleine dropvetertjes in 6 verschillende kleuren. De doos zei: “Verbind de kleurtjes en dan kan je erdoor. Maar toen zei Nilab: “Wacht, wie is er nog meer door de bank gegaan behalve Bram?” Ze gingen naar Bram toe en vroegen hoe hij daar was gekomen. Hij zei dat hij gewoon op de bank was gaan zitten. De kinderen probeerden het. Er gebeurde niks, dus gingen ze weer terug naar de doos. De doos zei: “Als je ook maar één draadje verkeerd doet gaat Bram eraan…

Jiske: “Dat lukt nooit! Hoe kunnen we nou weten wat de goede volgorde is?!” riep Luka Br hopeloos. “Wacht eens. Welke kleuren dropveters zijn er allemaal?” vroeg Noël opeens. “Rood, oranje, geel, groen, blauw en paars. Hoezo?” vroeg Thom. “Dat zijn de kleuren van de regenboog! Ik denk dat we ze in de kleuren van de regenboog aan elkaar moeten knopen!” “Ik denk dat ze gelijk heeft.” zei Joey. Ook de anderen stemden in. “Als jullie de goede volgorde doen komen jullie bij Bram, die is in het huis van de pepermuntjes.” zei de doos opeens. De kinderen knoopten de dropveters in de kleuren  van de regenboog aan elkaar. De doos ging open, en daar zagen ze Bram. Een voor een sprongen ze in het gat.

Zoë: Het was een heel groot huis. Er was zelfs een bad gevuld met gesmolten chocolade. Ze liepen even rond. Helemaal aan het einde van een lange gang stond een bordje. “Kijk uit, loop niet door.” stond erop. Noël zei: “Ik ben zo nieuwsgierig, zullen we er naartoe gaan?” De anderen wouden ook wel. “Kijk wel uit hé?” zei Marius. Ze liepen door. Toen ze er waren zagen ze een kokendheet Cola bad. Joey wilde even gaan kijken, maar Thom zei: “Nee, niet doen! Daarboven hangen pepermuntjes. Als die er in vallen spuit de Cola omhoog.” Ze gingen maar weer terug. Maar oh nee, de deur zat op slot. “Wat moeten we doen?” zei Dylan. “Als we hier gewoon een nachtje slapen komen morgen de gummybeertjes ons redden.” zei Noël. “Ik ga echt niet bij die Cola slapen hoor!” riep Duco. Toen gingen ze toch maar slapen want ze waren allemaal erg moe.

In de nacht hoorde Marius gestommel. Hij maakte de anderen wakker. Luka Br scheen met haar zaklantaarn. Ze zagen een van de dropstengels. “Wat moeten we nu doen?” riep Thom.  Bram zei: “Ik heb het. We lokken hem gewoon naar het Cola bad en daar verbrand hij.” Bram pakte een pepermuntje dat op de grond was gevallen en lokte de dropstengel naar de Cola. Gillend stortte het de zwarte stengel in de bruine massa. Ze moesten hier nog steeds uitkomen. Maar hoe?