Jantje en zijn domme oma

Jantje liep naar de goudsmid. Daar kocht hij een gouden telefoon. Daarmee belde hij zijn zus. Ze nam op. ‘Hallo,’ zei hij, ‘ik bel omdat ik een domme oma heb.’

Hij hing op, en liep terug naar zijn kleine hutje. Daar dronk hij een mok vol chocolademelk. Per ongeluk morste hij een vlek op zijn trui. Geschrokken keek hij naar de vlek. Hij had geen wasmachine, dus hij kon het er niet uit wassen. Dus ging hij naar zijn zus.

‘Waarom hing je nou op?’ vroeg zijn zus. ‘Omdat ik mijn beltegoed niet had betaald,’ antwoordde Jantje.

Toen vroeg hij of ze een wasmachine had.

‘Ik had een wasmachine, nu niet meer,’ antwoordde ze. ‘Jammer,’ zei Jantje, ‘dan kan ik mijn kleren nooit wassen!’

‘Misschien kun je naar die domme oma gaan waar je het over had aan de telefoon,’ zei zijn zus.

Jantje rende het huis van zijn zus uit. Hij ging naar de domme oma die net een kopje koffie aan het drinken was.

‘Hallo,’ zei ze met een pieperig stemmetje. ‘Ben jij die kleinzoon die mij dom noemt?’

‘Eh,’ zei Jantje, ‘nou, dat weet ik niet hoor! Mijn zus zei dat je dom was, dus geloofde ik dat maar.’

De domme oma lachte. ‘Ik weet niet of ik dat wel geloof hoor!’ zei ze, terwijl ze Jantje streng aankeek.

‘Maar, waar kwam je voor?’ vroeg ze. ‘Wacht, ik weet het al. Ja, ik heb een wasmachine!’

Hoe weet zij dat? dacht Jantje. Ze is eigenlijk helemaal niet zo dom. Maar juist slim!

De domme oma trok de trui van Jantje uit en stopte hem in de wasmachine. ‘Zo,’ zei de domme oma, ‘over een paar uurtjes kun je hem weer ophalen!’

Hij ging weg. Na een uurtje kwam hij weer terug.

De oma liet de trui zien en hij was zo goed als nieuw.

Jantje ging bij de domme oma wonen en ze leefden nog heel lang en nog veel gelukkiger.

Van Jiske, Josta en Bente

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *