Op zoek naar Annelies VERVOLG

En poef! Weg was ze. Zomaar. Ineens.

‘Hoe kan dat nou?’ zei Zoë. ‘Net was ze er nog en nu ineens niet meer!’

Op de plek waar Annelies zojuist had gestaan, lag nu alleen nog haar leesbril.

‘Wist je,’ zei Lasse plotseling, ‘dat er helemaal geen kaas in pindakaas zit? Gek hè!’

‘Dit is niet het moment voor grapjes, Lasse,’ zei Oscar boos. ‘Annelies is weg!’

‘Jaja,’ zei Lasse, ‘maar wist je dat-’

‘Nee!’ riep Pien. ‘Niet weer!’

‘We moeten haar zoeken!’ riep Julian.

‘Annelies is weg!’ huilde Bente. ‘We moeten haar zoeken!’

‘Dat zei ik al,’ zei Julian.

‘Jongens, kap eens met dat gekibbel. We moeten iets doen,’ vond Joris.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Niemand had enig idee waar Annelies naartoe was.

Donna was de eerste die weer wat zei. ‘Hiermee bereiken we niks,’ zei ze. Ze sloeg met een vlakke hand op haar tafel. Het dreunde door de hele school. ‘We moeten iets gaan doen!’

Plotseling werd er hard en lang gebeld…

 

Valentijn 8: Iedereen schrok van de bel. Als een kudde dolle koeien rende de hele klas naar de voordeur van de school. Calvin was als eerste bij de deur. Hij deed open. Er stond een kameel voor de deur, kauwend op een grassprietje. Bovenop hem zat een oude man. Bente gilde en viel flauw. Jo huilde en ging bezorgd naast Bente zitten. ‘Arme Bente,’ zei ze.

Nuwanthi rende naar de keuken om een emmer water voor Bente te halen.

Intussen vertelde de man iets maar niemand kon er iets van verstaan, want het was Arabisch. Het enige wat ze een paar maal verstonden was ‘Annelies’ en ‘weg.’ Nuwanthi kwam aanrennen met de emmer water maar van de schrik liet ze de emmer met water op Metin vallen. Dania keek bezorgd naar de oude man die nog steeds aan het praten was. De man stopte met praten en gooide een perkamentrol op de grond voor Dania’s voeten.  Hij riep ‘Hi-ha’ en ging er weer als een speer vandoor op zijn kameel. Dania zei dat de Buikies Annelies hadden gevangen. Tenminste, ze dacht dat ze dat had begrepen van de oude man. Coen rende naar de Buikslotermeerschool. ‘Dit regel ik wel even,’ riep hij stoer, ‘zo gedaan.’

‘Wacht op mij!’ schreeuwde Joris en hij rende zijn vriend achterna. Maar al snel waren ze weer terug. ‘De deur zit op slot,’ zei Coen geïrriteerd. ‘Ik kom helpen,’ bood Teun aan. ‘Wij ook!’ riep iedereen.

En ze renden allemaal naar de  Buikslotermeerschool. Teun raapt vaak mooie spulletjes van de grond en laatst had hij ook een sleutel in de bosjes gevonden. Teun zei: ‘Kijk, ik heb een sleutel. Misschien past hij wel.’ Dyon rukte de sleutel uit Teun’s handen. ‘Doe eens even normaal,’ zei Doortje. ‘Laat mij maar even.’ Het lukte Doortje gelijk de deur open te krijgen. Ella riep: ‘Hoera!’ en ze rende als eerste naar binnen. Ze liepen het gangpad af. Aan het einde van de gang kon je linksaf, rechtdoor en rechtsaf. Als je linksaf ging liep het dood, en als je rechtdoor ging liep het ook dood, dus ze gingen maar rechtsaf. Ze liepen en ze liepen. Het was echt een bijzonder lang pad. Sajad riep: ‘Yes! We kunnen hier een deur in!’ ‘Fijn,’ zei Pien.

‘Probeer eerst maar eens langs ons te komen!’

Voor hen stonden Mohamed en Talitha. De klas wou weg rennen, maar achter hen stonden Bubbelbips en Diego. ‘Wat nu,’ zei Zoë bezorgd…

 

Ella: ‘Ja wat nu,’ zei Jiske. Plotseling kwam er een juf naar buiten lopen, uit de deur die de kinderen een paar tellen geleden nog in hadden willen gaan.

‘Mohamed, Talitha, Diego en Sander (Bubbelbips)! Dit had ik niet van jullie verwacht! Naar de klas!’ Ze lette totaal niet op de klas die daar midden in de gang half bevroren stond af te wachten.

De vier kinderen liepen allemaal gehoorzaam weg en de juf ging ook weer naar binnen.

‘Het is maar goed dat we daar niet naar binnen zijn gegaan,’ zei Bente. Ze liepen door maar plotseling merkte Josta dat de deur van de klas weer open ging. De juf stapte naar buiten en schreeuwde: ‘Wie mogen jullie voorstellen, zeker weer van de buurschool! Zeg op, wat moeten jullie hier!’

‘Niks mevrouw,’ stotterde Eline.

Toen stapte Isa naar voren en zei: ‘En of we hier wat moeten doen, jullie hebben Annelies te pakken!’

‘O,’ zei de juf, ‘in dat geval, loop maar achter me aan.’

De groep zette zich in beweging en liep braaf achter de juf aan, maar Joosje vertrouwde het niet en verstopte zich achter een kast. Maar de rest liep door, ze liepen de hele gang die ze net hadden gelopen weer terug. De juf liep naar de uitgang, deed de deur open en zei tegen de kinderen: ‘Tjop tjop, naar buiten en kom niet meer terug!’ Ze gooide de deur met een klap weer terug en liep terug naar haar klas. Ze keek geen moment naar de kast waar Joosje achter verstopt zat.

Intussen was de klas buiten volledig in paniek maar toen riep Ella plots: ‘Waar is Joos?’

‘Als Joosje hier niet is dan is ze nog binnen,’ zei Sarafina en toen ging de deur open en in de deuropening stond Joosje. ‘Joosje waar was je nou,’ vroeg Doortje bezorgd

‘Binnen natuurlijk,’ zei Joosje.

‘Waar wachten we nog op? Naar binnen!’ zei Joris.

‘Ja kom op!’ riep Doortje en ze renden naar binnen.

Ze gingen nu de andere kant op en al gauw zagen ze weer een deur.

‘Zullen we naar binnen gaan?’ stelde Camiel voor.

‘Ja, tuurlijk!’ zei Julian dapper. Dus deden ze de deur open maar toen…

 

Joosje: Daar stond Bubbelbips helemaal alleen en hij zei: ‘Wat moeten jullie hier nog?’

Phum antwoordde: ‘Nou, wij zijn nog steeds op zoek naar onze juf, Annelies.’

‘Kijk, daar ligt het hoesje van Annelies’ telefoon!’ zei Valentijn 8 ineens en hij wees. Bubbelbips keek er naar en Valentijn 8 riep: ‘Rennen!’

Ze renden de hele gang uit ze kwamen op een gegeven moment in een grote hal. De eerste die weer wat zei dat was Eline. ‘Ik denk dat we verdwaald zijn.’

‘Verdwaald?’ vroeg Tobey smalend. ‘In de school van de Buikies? Geloof je het zelf!’

‘Nu ik er over nadenk,’ zei Eline, ‘is het best gek, dat we verdwaald zijn.’

‘Jongens hou eens op met dat gekibbel, dan kunnen we beter nadenken!’ vond Valentijn 7.

‘Ik weet wel iets,’ zei Dyon, ‘toen ik een keer ruzie kreeg met Talhita, toen moest ik een keer hier naar binnen en toen ben ik die deur in gegaan.’

‘Dat zal dan wel de kamer van de directeur zijn,’ zei Donna. ‘Kunnen we niet gewoon door lopen,’ vond Nuwanthi.

Ze liepen door maar op een gegeven moment kwamen ze de conciërge tegen en die vroeg: ‘Wie zijn jullie en wat komen jullie doen?’

‘Nou, wij zijn op zoek naar onze juf Annelies,’ zei Pien. De conciërge antwoordde daarop: ‘Nou, daar heb ik niks mee te maken dus ga maar naar buiten!’

‘Waarom moeten we nu weer naar buiten!’ riep Bente.

‘Nou, jullie moeten me gewoon met rust laten met jullie problemen! En ik heb nog veel werk te doen. Toedels!’ Toen zette hij ze buiten. Ineens zei Dania: ‘Ik heb nog steeds die perkamentrol!’

‘Maak dan open,’ zei Oscar.

Dania maakte hem open er stond iets Arabisch op. ‘Er staat op dat de Buikies Annelies meegenomen hebben.’

‘Ja, maar dat wisten we al,’ riep Luca verontwaardigd. ‘Je hebt ook niks meer aan zogenaamd wijze mannen op kamelen!’ Toen zei Josta opeens: ‘Laten we naar Belinda of Prajna gaan!’ Dat vonden ze een goed idee. De deur zat op slot maar de deur van de groep van Annette was wel open. Ze liepen naar de groep van Prajna. Daar was ook niemand.

En plotseling klonk het brandalarm.

 

Zoë: Lasse rende meteen naar de keuken. Die stond helemaal in brand.

Lasse riep keihard: ‘De keuken staat in brand!’ Iedereen rénde er naartoe.

‘Ik weet wat, we moeten een brandspuit zoeken!’ zei Jiske.

‘Ik weet waar die liggen!’ riep Julian.

‘Waar dan?’ vroeg Donna ongerust.

‘In de kamer van Marijke.’

Coen, Joris en Isa renden er snel naartoe en kwamen terug met een brandspuit. De brand werd steeds groter; de rook sloeg de kinderen in het gezicht en iedereen zweette peentjes.

De jongens spoten de hele keuken rond en het ging enorm roken.

‘Snel,’ zei Pien, ‘naar buiten.’

Iedereen deed wat ze zei.

‘We moeten heel even wachten totdat de rook weg is en dan kunnen we weer naar binnen,’ zei Ella.

Na een tijdje zag niemand meer rook. Iedereen wou weer naar binnen rennen maar toen zag Dania de man van Annelies.

‘Kijk, Danny en Zipper!’ zei ze.

Bente rende er meteen naartoe en vroeg: ‘Weet jij misschien waar Annelies is?’

‘Nee,’ antwoordde Danny, ‘ik was ook naar haar op zoek, daarom kwam ik hier.’

Ineens rende Zipper de bosjes in. Jo rende er meteen achteraan. Zipper vond een soort van telefoontje. ‘Die hou ik wel bij me,’ zei Teun. Zipper snuffelde verder.

Uiteindelijk kwamen ze bij de flat. Dyon klopte aan er kwam een oude vrouw naar buiten. Ze droeg witte gympies en een witte joggingbroek. Daarboven droeg ze een blauwe sweater en om haar hoofd en polsen had ze een zweetband gedaan. ‘Wat doen jullie nou weer hier?’ vroeg ze, terwijl ze op haar plaats aan het joggen was.

En toen kwam er nog iemand naar buiten. Staffan! ‘Wat doe jij nou hier!’ riep Phum.

‘Ik ben bij mijn oma op bezoek,’ zei Staffan. ‘En wat doen jullie dan hier?’

‘Wij zijn op zoek naar Annelies,’ zei Juultje. ‘Ze was ineens –poef! – weg en nu zijn we op zoek.’

‘Nou, wij moeten weer verder zoeken,’ zei Tobey.

‘Nee,’ zei Staffan, ‘wacht. Ik zoek mee.’

‘Dan ga je toch mee,’ zei Calvin.

Toen zei Oscar opeens: ‘Waar is Zipper?’

‘Die staat achter je!’ zei Valentijn 7.

‘Oh,’ zei Oscar.

‘Kijk daar!’ zei Sarafina. ‘Ik zie een briefje met een snoepje eraan.’

Ze pakte het briefje op en las het voor. ‘Eén pak melk, twee eieren en 6 suikerklontjes. Groet Annelies.’

‘Ik denk dat we naar de supermarkt moeten,’ zei Valentijn 8.

‘Oké,’ zei Pien, ‘kom, we gaan!’

Toen ze er waren rende Valentijn 8 meteen naar de snoepafdeling.

‘Wacht op ons!’ riepen Zoë en Doortje.

‘Jongens, we zijn hier niet om snoep te zoeken,’ zei Joosje. Een paar gingen naar binnen en de rest stond buiten te wachten. Er was bijna niemand in de Albert Heijn, dus je hoefde niet in de rij te staan. Dyon, Metin, Phum, Camiel, Luca en Julian deden tikkertje want er was ook niemand op het plein dus konden ze goed rennen. Ze hadden geen zin om buiten te wachten dus ging de rest naar binnen. Joosje en Ella zaten met z’n tweeën een beetje rond te snuffelen. ‘Kijk,’ zei Ella plotseling. Een rode knop.’

‘Zullen we erop drukken?’ stelde Joosje voor.

‘Oké.’

‘1 2 3’ en ze drukten samen op de knop. Voordat de omstanders (Donna, Eline en Nuwanthi) nog nee konden zeggen gingen alle deuren en ramen dicht en de lampen uit. Plotseling was het pikkedonker. ‘Help!’ riep Dania gesmoord.

‘Oh nee!’ riep Josta. ‘Wat moeten we nu doen!’

 

Doortje: ‘Ik weet iets!’ riep Sajad. ‘Valentijn 8, jij hebt toch een iPod?’

‘Ja. Hoezo?’

‘Dan kun je de zaklamp aanzetten!’ riep Sajad opgewonden.

‘Niet zo hard, straks hoort iemand ons nog!’ fluisterde Doortje gespannen.

‘Hoeveel procent heeft je iPod?’ vroeg Tobey.

‘Twintig,’ zei Valentijn 8.

‘Oké. Kom, we gaan een uitweg zoeken,’ stelde Joosje voor.

Al gauw zagen ze een heel groot luik in de vloer. ‘Kijk, een luik,’ zei Dyon.

‘Maak open dan!’ zei Eline. Coen, Joris en Isa gooiden het luik open. En ja hoor. Het was een trap die naar het duister leidde: een kelder.

Ze liepen de trap af en kwamen bij een heel groot voorraadhok.

‘IEL! MUIZEN!’ gilde Nuwanthi. Alle meisjes gilden en gingen op dozen staan, behalve Sarafina. Die pakte een dik muisje op een aaide hem teder. ‘Poetie poetie,’ zei ze.

De jongens joegen de muizen weg. Alle meisjes (behalve Sarafina, die het muisje met een treurig gezicht wegzette) kwamen weer van de dozen af.

‘Iel,’ zei Ella, ‘wat waren díé dik en eng zeg!’

‘Oké, nu weer verder,’ zei Pien.

Opeens zei Calvin: ‘Wacht effe, mensen. Waar is Valentijn?’

‘Hiero,’ zei Valentijn 7. Hij stak zijn hand op.

‘Nee, de andere Valentijn,’ zei Calvin ongerust. ‘Valentijn 8.’

‘En waar is Zoë?’ voegde Oscar eraan toe. ‘Shit zeg, die zijn vast weggegaan!’

‘Oké, splitsen!’ riep Jo.

Joris, Coen, Isa, Calvin, Dyon, Donna, Eline en Nuwanthi gingen rechtdoor. Pien, Joosje, Doortje, Dania, Jiske, Juultje en Josta gingen rechtsaf (‘Ik hoop dat we niet nóg meer muizen tegenkomen,’ zei Dania). Metin, Camiel, Tobey, Sarafina, Oscar, Julian en Jo gingen linksaf en de rest bleef.

Al gauw kwamen ze erachter dat het een reusachtige kelder was. Het leek wel een doolhof.

Na een halfuur kwam de eerste groep, waar Coen de leiding op zich had genomen, de tweede groep tegen, waar Doortje steeds gilletjes slaakte omdat ze zei dat ze muizenoogjes zag glinsteren in het donker. Ze gingen samen verder (Joris stelde Doortje gerust).

En plotseling waren ze weer op de plek waar ze begonnen waren. Ze hadden overal gezocht, maar nergens konden ze Valentijn 8 en Zoë vinden. Ze gingen de kelder weer uit en zagen dat Zoë en Valentijn 8 bij de snoepafdeling stonden, een paar meter verderop. Valentijn 8 was bezig een zak met Winegums open te trekken en Zoë at dropslierten alsof het spaghetti was.

‘Wat doen jullie hier, we hebben jullie overal gezocht!’ riep Teun verontwaardigd.

‘Oeps,’ zei Valentijn 8. ‘Maar ja, we hadden trek, en het was zó lekker!’

‘Je had toch ook bij de groenteafdeling kunnen gaan staan,’ zei Jiske.

‘Snoep is lekkerder,’ zei Zoë.

‘Geen tijd hiervoor, we zijn op zoek naar Annelies!’ riep Bente. En ze begon spontaan te huilen. ‘Ik mis haar zo,’ snikte ze. ‘Goeie ouwe Annelies. Ik zal nooit meer stout zijn.’

‘Goed,’ zei Lasse. ‘Bente, als je belooft dat je nooit meer je rekenboek opeet, dan breng ik jullie naar Annelies.’

‘Meen je dat?’ riepen de kinderen in koor.

‘Geintje.’

Hij kreeg een stel boze blikken.

‘Kom, we gaan op zoek naar de melk, de eieren en de suiker,’ zei Luca. Ze zochten en zochten en uiteindelijk kwamen zij bij de melk. Niks. Suiker. Ook niks.

Maar toen ze bij de eieren kwamen… Ja hoor, daar lag een kapotte doos eieren. ‘Kijk eens aan!’ riep Nuwanthi. ‘De ring van Annelies!’ Isa pakte hem op.

Toen zagen ze de straal van een zaklamp. Het was een grote, dikke man, en hij zei: ‘Hebben jullie dit gedaan? Bengels!’ Hij wees naar de ramen en deuren.

‘Sorry meneer, we zagen een mooie knop en daar drukten we op,’ zei Ella met een zo onschuldig mogelijk gezicht. ‘We dachten dat het snoepjes zou gaan regenen.’

‘Is niet erg,’ zei de man sussend, ‘maar nooit meer doen.’

‘Nóóit meer,’ beaamden Ella en Joosje.

‘Maar wat doen jullie hier?’ vroeg de dikzak.

‘Wij zoeken onze juf, Annelies, die was weg, ineens,’ zei Lasse. ‘Boem pats weg.’ Hij barstte in gegrinnik uit, ook al kon niemand erom lachen. ‘Heeft u haar misschien gezien?’

‘Nee, sorry,’ zei de dikzak.

 

‘Het enige wat we van haar hebben zijn een boodschappenlijstje en een leesbril. Hier liggen de eieren, kapot, met haar ring!’ zei Pien.

‘Oh,’ zei de man. ‘Ik zou wel de vingerafdrukken kunnen-‘ De grote man kon zijn zin niet afmaken. Hij werd meegesleurd door iemand met een zwarte jas aan. Maar wie dat was…

Niemand wist het.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *